Op vele podia, zoals studiedagen, conferenties en webwerkplaatsen (vaklokalen en forums) wisselen kunstvakdocenten informatie en kennis uit. Deze kennis is groot maar de uitwisseling is opvallend vaak gericht op de succesfactoren in uitvoering en organisatie: hoe organiseer jij, hoe zien jouw lessen er uit, heb jij lessen over?
De inhoudelijke discussie lijkt te verdwijnen: waarom geef je de lessen, wat betekent je vak in het totale schoolcurriculum, welke relaties en overeenkomsten zijn er met de andere vakken? Welke kerneigenschappen van je vak dragen (hoe en wanneer) bij aan de ontwikkeling van de leerling?
Maar zijn dit juist niet de kernvragen van waaruit we onze lessen willen ontwikkelen en geven? Zijn dit ook niet de vragen van waaruit je je eigen vak juist kunt differentiëren en specificeren t.o.v. de overige vakken van het curriculum? Mede op grond van deze vragen is het onderzoek Cultuur in de Spiegel opgezet.
Onderzoekteams
De eerste vraag voor de onderzoekteams van Cultuur in de Spiegel was: Is het mogelijk om cultuuronderwijs te geven met een eigen karakteristiek, anders dan de zaakvakken en aansluitend bij de ontwikkeling van leerlingen?
In april 2010 verscheen het theoretisch kader (‘zwarte boekje’) waarin is omschreven wat die eigen karakteristiek is:
Cultuuronderwijs richt zich op de ontwikkeling van het cultureel zelfbewustzijn van de leerlingen. Binnen cultuuronderwijs zijn er variaties, zoals kunst- en media-educatie, literatuuronderwijs, maatschappijleer, erfgoed, geschiedenis en filosofie.
Onderwerp bij cultuuronderwijs is: cultuur en het bewustzijn van cultuur – in al zijn verschillende vormen.
Het kader schrijft niets voor. Het biedt een theoretische basis van waaruit docenten en scholen hun eigen cultuuronderwijs kunnen ontwikkelen en legitimeren.
Ontwerpteams
Voor de ontwerpteams (waaronder de kunstvakdocenten) ligt er de volgende twee jaar daarom de volgende vraag: Hoe kun je op school aan cultuuronderwijs werken, rekening houdend met het theoretisch kader, en met de eigen schoolcultuur en didactiek? Wat hebben de scholen en (vak)secties nodig om hun keuzes te kunnen maken?
De uitvoering van het cultuuronderwijs zal per school en per docent verschillen. De scholen en docenten maken immers hun eigen keuzes. Een school kan zich richten op het medium taal en taalonderwijs in combinatie met de kunstvakken. Een Technasium kan zich richten op de verbinding van techniek met kunstvakken en filosofie. Weer een andere school profileert zich als Cultuurprofielschool en geeft de kunstvakken een prominente plaats in het curriculum. Daar gaat het onderzoek in deze tweede onderzoeksperiode over.
In het onderzoekstraject op de pilotscholen onderzoeken wij ook met kunstvakdocenten welke elementen nu juist specifiek binnen deze vakken aan bod komen die van belang zijn voor de ontwikkeling van het cultureel zelfbewustzijn van de leerlingen. Dit versterkt de legitimering van de kunstvakken worden binnen het onderwijs. Hetzelfde geldt, mutatis mutandis, ook voor de overige cultuurvakken.
Theoretisch kader
Het kader verduidelijkt hoe cultuuronderwijs zich verhoudt zich tot de rest van het curriculum en bepaalt de eigen aard van cultuuronderwijs.
Een uitwerking van het kader in een raamleerplan
Het raamleerplan geeft de randvoorwaarden (mogelijkheden en grenzen) voor de leerplannen cultuuronderwijs en helpt de scholen/vakdocenten keuzes te maken, deze verandering(en) wel of niet door te voeren en deze te beargumenteren.
Voorbeelden van lesplannen
Het raamleerplan biedt voorbeelden van keuzes die kunnen worden gemaakt wanneer er wordt uitgegaan van het theoretisch kader. De voorbeelden zijn niet generiek maar in de uitwerking schoolgebonden.
Handreikingen
Doorkijkjes/tools/voorbeelden van keuzes: waarom heeft een school/een sectie deze keuze gemaakt (denk aan didactiek, cultuur school, identiteit school, et cetera).
Diagnose-instrument
Hiermee kunnen scholen vaststellen in hoeverre hun (cultuur)onderwijs gericht is op de ontwikkeling van cultureel zelfbewustzijn bij de leerlingen.